Permalink

2

Het belang van de digitale advocaat (3)


In eerdere postings over Het belang van de digitale advocaat is duidelijk geworden dat advocatuur in essentie mediacultuur is. Dat komt omdat zij gebruik maakt van taal, waarbij het onverschillig is of dit geschreven, gesproken of een beeldtaal is. Elke taal maakt gebruik van media om gehoord of gezien te worden. Soms kan dit als bewijs worden aangemerkt. In de advocatuur als bewijs van schuld of onschuld. In marketing en communicatie als proof of failure of proof of excellence.

Een échte jurist is voortdurend bezig om gezichtspunten en belangen tegen elkaar af te wegen. In die zin is hij een soort van politicus en een evenwichtskunstenaar (schreef Bob Woodward onlangs over Obama). Hetzelfde geldt voor filmmakers. Laten we hier even bij stilstaan: geen enkele film (of foto) opname is neutraal. Ieder beeld begint met het kader. In filmtaal noemen we dat bijvoorbeeld: Long shot: Een long shot geeft het personage een prominente plaats in het omringende decor. Medium shot: Een medium shot kadreert het lichaam ter hoogte van het middel. Medium close-up: Een medium close-up is een shot van een buste tot aan de schouders of de borstkas. Extreme close-up: Een extreme close-up isoleert een detail, bv. een oog of een mond. Er bestaan nog meer typen kadrering en Europese en Amerikaanse filmmakers verschillen in naamgeving en inhoud. We hebben het nog steeds over (beeld)taal!

De schuldige camera en de uitgerekte tijd

Andere inhoudelijke aspecten van filmtaal zijn: beeld, buitenbeeld, tegenbeeld, beeld-tegenbeeld, camerabeweging, camerahoeken, lensgebruik, compositie, geluid, licht, montage en andere narratieve elementen als verteller, fictie, ellipsen en tijd. Een kort overzicht van genoemde zaken vindt je hier. Laten we niet vergeten dat ook de spelers, personages, acteurs en het medium waarbinnen de film wordt vertoond (rechtszaal, tv, bioscoopzaal of internet) invloed heeft op de waarneming. Dat laatste is dan ook precies de kern waar het zowel bij advocatuur als marketing en communicatie om gaat: het gegeven dat alle communicatie een kwestie van perceptie is. Het gebruik van taal, welke dan ook, geeft richting aan de waarneming. Daarmee wil je invloed uitoefenen op gedrag, of het nu om een klant gaat of om een rechter. Beeld is daarbij een krachtige steunpilaar.

Natuurlijk zijn er ook documentaire technieken die zo neutraal en objectief mogelijk proberen te zijn. Een voorbeeld daarvan is de Lumiere-methode uit de video-blogging wereld: geen zoom, geen montage, geen effecten, 60 seconden maximaal, één camera-standpunt, geen audio. Maar of dit een oplossing biedt is de vraag, want zelfs de werkelijkheid die je zo objectief mogelijk laat zien is nimmer neutraal.

Wellicht is de Nederlandse filmer Johan van der Keuken één van de eersten in Nederland geweest die bewust experimenteerde met film die sterk gericht was op beleving door met uitgerekte tijd te werken. Zo was in zijn documentaire over Zuid-Europa een oude vrouw te zien die 5 trappen op moest lopen voor ze haar woning bereikte. In deze scène ervaar je de dilemma’s van de ouderdom doordat Van Der Keuken met de camera op zijn schouder alle 5 trappen rustig achter de oude dame blijft lopen. In het tijdperk van de snelle montage een ongekend gedurfde techniek. Wat dacht je trouwens van de neutraliteit van een beveiligingscamera? Of is zo’n camera (om maar even met Armando te spreken) ‘een schuldige camera‘ want bijvoorbaat gericht op het verwerven van bewijs…

Van Der Keuken vertelde mij ooit tijdens een workshop dat hij een tijd lang had geprobeerd om vooroordelen weg te nemen met film. Daar was hij op een gegeven moment mee gestopt. Vooroordelen blijken namelijk altijd sterker te zijn dan een medium als film. Sterker ze bevestigen die ongewild juist doordat binnen een documentair formaat de spelers onvoorziene uitspraken kunnen doen, die er met goed fatsoen niet uit weg te monteren zijn. In die zin is film een middel waar je je vingers aan kunt branden, juist als je er te sterke bedoelingen mee hebt. Als het om bewijs gaat is een foto in die zin veel neutraler en eenduidiger, want de boodschap die daar van uit gaat is dit is er geweest en dit was de werkelijkheid. Al is ook dat in het photoshop tijdperk geen garantie voor waarheidsvinding. Zo is het ook met geschreven en gesproken taal en zeker met de taal van advocaten en notarissen, die uitblinkt door een zo zakelijk en feitelijk mogelijk verslag te geven van situaties (en verschoont wil blijven van retoriek): Heden, acht april tweeduizend elf, verscheen in mijn inbox: een emailbericht van mr. J.J. Bakker, Kantoorhoudende: 1171 JT Badhoevedorp, Meidoornweg 5, geboren te … op …, inhoudende de volgende tekst … Ook hier geen garantie op objectiviteit. Trouwens, is dat werkelijk een vereiste?

Beleving en emotie

Waar het bij marketing en communicatie juist om gaat is beleving, ofwel emotie. Door film in de rechtszaal te vertonen voegt een advocaat ook daar emotie toe. Rechters zullen dat begrijpen en zich ermee verstaan, maar kunnen zich er niet geheel en al tegen wapenen (zelfs de meest doorgewinterde marketeer trapt wel eens in de verkooptruc van een concurrent, dus waarom een rechter niet in de boobytrap van de digitale advocaat?). Als het om emotie gaat zijn er natuurlijk ook andere methodes van storytelling mogelijk. Wat dacht je van games, of theater techniek door en met trainings-acteurs? Mr. J.J. Bakker introduceerde zelf ooit muziek in de rechtszaal, als ondersteuning van het pleidooi.

Hoewel ik zelf niet geloof in een toekomst waarin advocaten Hollywood-achtige producties in de rechtszaal zullen vertonen, zou het niet onmogelijk zijn om met vormen van fictie het documentaire format te omzeilen of te verbreden en te verdiepen. Dan zou het gaan om het toevoegen van geschiedschrijving en een vorm van journalistieke non-fictie, maar dan in het kader van de advocatuur.

Het wezen van advocatuur blijft verhalen vertellen, weliswaar andermans verhalen, maar dan wel op een manier die narratieve elementen op een strategische wijze inzet. Richting geven aan perceptie is waar het bij iedere taal om gaat. In die zin zijn er weinig verschillen tussen advocaat en marketeer of advocaat en communicatie ontwerper. In een tijd waarin ook de politiek steeds vaker film gebruikt om argumenten te ondersteunen, is ieder medium een vorm van pleidooi en dus een kwestie van vormgeving (design). Het is de vorm die verschilt als karakteristiek van de vent of de tent. In feite blijft de keuze voor een taal afhankelijk van de eigen kwaliteiten, talenten en vaardigheden. De grootst gemene deler blijft echter dit: overtuigen! Dat is de lakmoesproef.

Eerdere postings

Het belang van de digitale advocaat (2)
Het belang van de digitale advocaat (1)

Gerelateerde links Video en advocatuur start-pagina | Misdaad en straf | Stand van de advocatuur | Bedrijfsfilmpje Heerebout | Toga op Toernee | Starters in Beeld | Wie zijn de advocaten | Advocaat onder Vuur | Virtueel advocatenkantoor | Meet & Greet | Zwezerijnen | Hoe komt een advocaat aan klanten? | Mr. J.J. Bakker | Business Crime Defense | IT in de Advocatuur | Dirkzwager

2 Reacties

  1. Huub,
    je schrijft niet te geloven in een toekomst waarin advocaten Hollywood-achtige producties in de rechtszaal zullen vertonen. Dat stelt me toch wat van je teleur.
    Kijk vanavond op Nederland 3, direct na DWDD, naar The Passion, het passieverhaal van Christus in een modern jasje, zoals die live zal worden uitgevoerd in Gouda.
    Ik zie de volgende lijn:
    The Passion = Jezus Christ Superstar = The Rockopera Tommy = het Lijdensverhaal = het verhaal van veel clienten die bij een advocaat aankloppen = het verhaal waarover de advocaat dus moet gaan vertellen = zijn pleidooi in de rechtszaal = beleving van dat lijdensverhaal van zijn client.
    Dat vertellen in de rechtszaal doe je tegenwoordig m.b.v. de inzet van multimediale middelen. Dat heet: pleiten via het Hollywoodmodel…
    Een kind kan de was doen, daar gaat echt naartoe. Maar, dat besef en merk ikzelf in de praktijk ook: tussen droom en daad staan een hoop praktische bezwaren. Mee eens.
    Maar opnieuw: de grote LCD-schermen hangen er al, de rechtszaal is inmiddels opengesteld voor de camera [via de Persrichtlijn van maart 2008]. Het ‘enige’ is: advocaten moeten het alleen nog even tot zich door laten dringen en het vervolgens ook daadwerkelijk gaan doen. Dit is voor jouw business als beeldmaker en beeldverteller op termijn toch ook gouden handel?
    Mijn vragen:
    – Waarom durf je er toch niet hardop in te geloven?
    – Wat zijn de drempels die je daarvan kennelijk weerhouden?
    – Wat maak jijzelf in je eigen omgeving mee van die aarzeling daaromtrent, bij jouw, zeg maar, advocatuurlijke connecties?
    En: vergeet niet te kijken, vanavond.
    Groet, Jaap Bakker

  2. Dag Jaap,
    Ik denk dat de metafoor ‘ Hollywood-model’ teveel vragen oproept om overtuigend te zijn. Dat riekt naar manipulatie. Je kunt dan nog beter ‘Bollywood-model’ zeggen. Dat is de indruk die je met dit soort termen oproept: over-the-top.
    In principe kom je met film-in-de-rechtszaal in het non-verbale gebied terecht, bijvoorbeeld lichaamstaal en emoties lezen.
    Je zult trouwens naast advocaten ook rechters moeten opleiden om dit soort beeldtaal te kunnen lezen, anders zal het als bewijsmateriaal worden afgewezen.
    Natuurlijk gaat het over beleving, maar iedere beleving is een interpretatie. Daar zal een rechter ook rekening mee houden. Die is namelijk vooral geïnteresseerd in de feiten. Ook als je met film gaat werken.
    Mijn vragen:
    – Wanneer ga je daar op je blog eens over publiceren?
    – Waarom is http://www.denieuweadvocaat.nl/ nog niet online?
    – Wat maak jij voor weerstanden mee?
    – Wat maakt het dat jij vindt dat beeld in de rechtszaal overtuigt?
    Advocaten die met nieuwe media willen werken zullen in mijn optiek volledig self-supporting moeten zijn. Dat is kostenbesparend en werkt authenticiteit in de hand. Als je afhankelijk bent van een heel team om je heen wordt dat a. onbetaalbaar en b. zal het resultaat daarvan juist afbreuk doen aan de overtuigingskracht van beeld. Omdat het dan te gelikt en te professioneel overkomt. Ik raad je dus, om te beginnen, aan om z.s.m. zelf een wordpress weblog te leren gebruiken en vooral zelfstandig het monteren van video onder de knie te krijgen.
    Ben benieuwd naar je reactie.
    P.S. Vanavond ben ik naar een cursus dus ik kan de uitzending niet zien.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.